Op je klompen

Vroeger verdienden vele streekbewoners hun brood in de klompennijverheid. De eerste statistieken leren ons dat reeds in 1764 de helft van de Belgische klompen in het Waasland werd geproduceerd. Tijdens de negentiende eeuw nam het aantal ‘blokmakers’ geleidelijk toe om in het begin van de twintigste eeuw ongeziene hoogten te bereiken. Zo telde De Klinge in 1920 maar liefst vijftig klompenmakerstallen waarin 200 personen werkten. In het Nederlandse Clinge waren eveneens 200 inwoners aan de slag in de klompensector. Verder behoorden ook Sint-Gillis-Waas, Sint-Pauwels en Meerdonk tot de dorpen met de hoogste concentratie klompenmakers van België. Op vele plaatsen in het Waasland waren de akkers omzoomd met canadapopulieren die als grondstof dienden voor de massaproductie van de ‘houten schoenen’.

 

Klompen maken was een harde stiel. De ambachtslui maakten lange dagen en hun winstmarge was klein. Meestal werkten de klompenmakers in ploegen van vier of vijf personen. Iedere werkman had zijn eigen specialiteit en slechts weinigen kenden alle bewerkingen. De kapper maakte uit een blok hout de oervorm van de klomp. Nadien ging de snijder de klomp langs de buitenkant vormen waarna de heulder de binnenkant uitholde. Tenslotte moest de klomp nog afgeschuurd en eventueel beschilderd worden. Het productieproces van de handgemaakte klomp was dus een vroege vorm van bandwerk.

 

Na de Eerste Wereldoorlog brak ook in de klompennijverheid de mechanisatie door. De klompenmachines maakten het mogelijk om veel sneller te produceren. Wie onvoldoende kapitaal had om in machines te investeren kon niet meer concurreren. De massa klompen die in De Klinge en omstreken werden geproduceerd vonden een afzetmarkt in Duitsland en Nederland. De goede spoorverbinding via de lijn Mechelen-Terneuzen was zonder twijfel een troef voor de export. In de jaren dertig nam Nederland echter maatregelen om de invoer te beperken. Dit was een zware klap voor onze klompenmakers en vele bedrijven moesten de boeken sluiten. Na een korte heropleving tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de klomp in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw uit de mode. In 1973 staakte de laatste klompenmaker van De Klinge zijn productie. De lokale ‘Folkloregroep De Klomp’ zet zich sinds 1976 in om het ambacht levend te houden.

foto privécollectie Eric De Keyzer

 

Klompenproject

Folkloregroep De Klomp heeft in samenwerking met Erfgoedcel Waasland een educatief project uitgewerkt over de klompenmakerij voor kinderen uit de tweede graad lager onderwijs. Het hele opzet van het doe-evenement bestaat erin de leerlingen zoveel mogelijk zelf te laten ontdekken en experimenteren.

Na een korte interactieve inleiding door klompenmakerszoon ‘KLaas OMPEN’ én een korte demonstratie van de klompenmaker, worden de leerlingen uitgedaagd om in groepjes  het technisch proces  en de daarvoor gebruikte materialen te leren kennen. Kinderen kunnen in klasverband na afspraak het project bezoeken.

Meer informatie en reservaties: Eric De Keyzer, 03 770 54 15, eric.de.keyzer@telenet.be, http://www.deklompdeklingevzw.be